De Boeddha is overal


De Boeddha, God of gewoon kwaliteit… schuilt met evenveel gemak in het circuit van een digitale computer of in de tandraderen in de versnellingsbak van een motor als op de top van een berg of in de blaadjes van een bloem. Als je er anders over denkt is dat een belediging van de Boeddha – wat neerkomt op het beledigen van jezelf.

Dit fragment is afkomstig uit misschien wel één van de beroemdste boeken uit de jaren 70 van de vorige eeuw: ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’, een boek gewijd aan een zoektocht naar kwaliteit. Het is een fragment om even bij stil te staan. Vaak zijn we geneigd om op een heel starre manier naar de wereld te kijken, meestal ook vanuit vooropgezette plaatjes. Dit is mooi, dat is mooi, of dat juist niet. Dit is interessant, dat niet. (zie ook het vorige blog over Puk en Muk).

Vaak worden we daar ook in gevoed door de cultuur waarin we leven. Denk aan de reclame op televisie met mooie plaatjes, veel groen, mooie mensen, mooie spullen… Daar zitten allemaal waardeoordelen in over hoe iets moet zijn, hoe iets er uit moet zijn of wat wel en niet belangrijk is.

Het is echter een dualistische manier van kijken: Dit is goed, dat niet. Een manier van kijken die zen probeert te vermijden. Oordeel niet zo snel en houdt de blik wat langer open. Kun je in plaats van de schoonheid van natuurparken ook de schoonheid zien van bijvoorbeeld een computer…Kun je zien hoe slim iets gemaakt is? Of, hoe goed iets functioneert?

Als je dat niet kunt, beledig je jezelf. Waarom? Je beledigt jezelf vanwege de beperkte blik die je hanteert. Je doet jezelf tekort door je zo te beperken. Het beledigen van jezelf is als het beledigen van de Boeddha, de Boeddha in jou of je zogenaamde Boeddhanatuur. In zen gaat het vooral over het verwerkelijken van deze Boeddhanatuur. Daarom zul je in veel zentempels ook geen Boeddhabeelden aantreffen. De Boeddha is overal, in alles om je heen en vooral in jezelf. Hij moet alleen wel wakker worden.