Zonder ego naar verlichting


Een leerling vraagt aan de zenmeester hoe lang het duurt voordat hij de verlichting bereikt. ‘Zeven jaar,’ antwoordt de meester. ‘En als ik heel hard mijn best doe?’ vraagt de leerling. ‘14 jaar.’

De weg naar verlichting moet egoloos zijn. Zoals bij zoveel zaken gaat het ook hier, of misschien wel vooral hier, om de weg en niet om het doel. De leerling wil iets snel bereiken en verwacht dan dat hij ergens is. Maar, dat is veels te gestuurd. De leerling wil iets forceren, alsof dat überhaupt mogelijk is bij verlichting. Waarom zo’n haast? En als hij daar dan is, wat is dan het volgende doel? Misschien is er dan wel niets meer en gaat hij zich de rest van zijn leven vervelen.

Zeker in het geval van een spirituele zoektocht is het van belang dat de tocht niet ego gericht is, dat werkt eerder tegen je dan in je voordeel. Elke tocht gaat in zijn eigen tempo, forceren werkt niet en leidt alleen maar tot een grote inspanning die misschien wel helemaal nergens toe leidt. Zie bijvoorbeeld het verhaal van de egoklimmer.

De egoklimmer is een ontregeld apparaat. Hij zet zijn voet altijd een moment te vroeg of te laat neer. Hij zal heel gemakkelijk een schitterende baan zonlicht door de bomen missen. Hij loopt door terwijl de slordigheid van zijn voetstappen aangeeft dat hij vermoeid is. Hij rust op de raarste tijden. Hij kijkt voor zich uit naar het pad, benieuwd wat er voor hem ligt, zelfs wanneer hij wat er voor hem ligt kent, omdat hij een seconde eerder ook al had gekeken. Hij loopt voor de omstandigheden te vlug of te langzaam en wanneer hij praat, zijn de woorden altijd vervuld van een andere plaats. Hij is hier, maar hij is toch niet hier. Hij verwerpt het hier, heeft er onvrede mee, hij wil verderop zijn en zodra hij daar komt zal hij even ongelukkig zijn omdat dat dan hier is. Waar hij naar uitkijkt, bevindt zich allemaal om hem heen, maar dat is niet wat hij wil omdat het om hem heen is. Iedere stap is een inspanning, zowel lichamelijk als geestelijk, omdat hij zich inbeeldt dat zijn doel veraf, buiten hem ligt.

Zo moet het dus niet. Maar het kan ook anders…

Bergen moeten worden beklommen met de minst mogelijke inspanning en zonder verlangen. De werkelijkheid van je eigen karakter moet het tempo bepalen. Wanneer je ongedurig wordt, zet er dan vaart in. Wanneer je gebrek aan adem krijgt, doe het dan kalmer. Een berg beklim je in een uitgewogen toestand tussen ongedurigheid en uitputting. Wanneer je niet meer met je gedachten vooruit bent, is iedere voetstap niet zomaar een middel om een doel te bereiken, maar een op zichzelf staand uniek gebeuren: Die rots ligt los… Van hieruit kan ik minder sneeuw zien… Het is zo oppervlakkig om alleen te leven voor een doel in de toekomst. De hellingen van de berg dragen het leven, niet de top. Maar zonder top zijn er geen flanken mogelijk. De top bepaalt de flanken en daarom gaan we voort. Nog een lange weg… geen haast…Steeds één stap na de andere…

 

(Beide fragmenten zijn afkomstig uit Zen en de kunst van het motoronderhoud – Robert .M. Pirsig)